01-12-2025
MARIS STELLA’S WALL OF FAME: RENS COOLS
Maris Stella verliest haar oud-leerlingen niet uit het oog. We volgen op de voet welke wegen onze ex-studenten inslaan en waarheen het leven hen leidt. Daarom richtten we de ‘Wall of fame’ op, een groeiende verzameling interviews met afgestudeerden die hun talenten op een interessante wijze hebben ontwikkeld. Deze maand spraken we met RENS COOLS.
1. Dag Rens. Laten we beginnen bij het begin. In welk jaar ben je bij ons afgestudeerd en binnen welke richting?
Ik startte mijn schoolcarrière aan Maris Stella in 2003 en studeerde er in 2009 af. In de eerste graad volgde ik het meer algemene “Artistieke Vorming”, in de tweede graad koos ik voor “Beeldende en Architecturale Kunsten” en in de derde graad specificeerde ik mij op “Vrije Beeldende Kunst”.
2. Waarom heb je specifiek voor deze richting gekozen?
Toen ik als twaalfjarige snuiter middelbare scholen ging bezoeken, weigerde ik steevast om op andere scholen nog maar rond te kijken; ik was er rotsvast van overtuigd KSO te gaan studeren. Bij mijn eerste bezoek aan Maris Stella zorgde de groene omgeving ervoor dat ik me er meteen thuis voelde, en zo geschiedde. Ik ben mijn ouders dan ook enorm dankbaar dat ik vanaf het eerste jaar KSO mocht volgen, en dat ze me nooit verplicht hebben eerst een andere richting te kiezen. Toen ik in het vijfde jaar de keuze moest maken tussen beeldende kunst of architectuur, heb ik niet lang getwijfeld. Kiezen voor beeldende kunst was destijds voor mij vanzelfsprekend. Ik denk dat de vrijheid mij aantrok; architectuur zette je toch al vast in een bepaald kader, terwijl beeldende kunst dat, in mijn ogen, niet deed.
3. Na je afstuderen, zette je deze artistieke weg verder aan het Sint-Lucas te Antwerpen. Wat heb je daar bijgeleerd?
Klopt. Net zoals bij Maris Stella koos ik ook Sint-Lucas Antwerpen initieel deels op basis van de locatie. Destijds was de campus nog gevestigd in de Kerkstraat, en het gebouw, met een grote open vide in het midden, sprak me enorm aan.
Een andere reden was dat ik had gehoord dat de Academie meer op techniek inzette, terwijl Sint-Lucas zich meer op het concept richtte. Dat laatste sprak mij, toen al, meer aan. Op die manier was Sint-Lucas Antwerpen een mooie voortzetting van Maris Stella: daar waar we bij Maris Stella de kunstgeschiedenis vooral nog moesten leren kennen en veelal binnen vooropgestelde opdrachten werkten, werd zelfstandigheid bij Sint-Lucas uiteraard nog belangrijker. Ik ontdekte waar ik het over wilde hebben en leerde er zelfstandig denken.
4. Ik zie dat je geïnteresseerd bent in de conceptuele kant van kunst. Daarvan getuigt bvb. de videoperformance Doing Nothing for 8 hours straight, waarbij je simpelweg acht uur lang niets doet. Wat vind je interessant aan een dergelijke radicale benadering?
Ik heb lang beweerd dat conceptuele kunst de enige vorm van kunst is, en hoewel ik met het ouder worden minder radicaal ben geworden, sta ik nog steeds achter die uitspraak. Voor mij is het belangrijk dat kunst ergens over gaat, dat het vertrekt vanuit een idee en een verhaal vertelt. Kunst die louter decoratief is, is voor mij geen kunst. Inhoud – dat kan een verhaal, een idee of een mening zijn – dát is voor mij het startpunt. De vorm komt op de tweede plaats.
Die videoperformance, waarbij ik acht uur lang niets doe, ontstond tijdens mijn master aan Sint-Lucas Antwerpen. Doordat ik mijn artistiek onderzoek zo ver had doorgedreven dat ik in een nulpunt was beland, bevond ik me in een complete impasse. Ik vond er niets beters op dan juist daarmee aan de slag te gaan: de complete onmogelijkheid om nog iets te maken, werd het onderwerp van mijn werk.
Ik herinner me nog dat mijn docenten destijds afraadden om het te maken; ze vonden het te veel een ‘gimmick’. Ik deed het toch, en de externe jury kon het wél waarderen. Ik studeerde met grote onderscheiding af. Volg dus niet altijd het advies van je leerkrachten! ;)
Het toeval wil dat de video recent op YouTube viraal ging via meme-pagina’s in India. Inmiddels is hij al meer dan twee miljoen keer bekeken, en heb ik er een aardig zakcentje aan overgehouden.
5. Na je studie richtte je het initiatief GALLERY GALLERY op, een tentoonstellingsruimte in een volledig gerenoveerd magazijn in Borgerhout. Welk soort kunst wilde je daar tentoonstellen?
GALLERY GALLERY fungeerde als een Trojaans paard in de kunstscene: het pretendeerde een galerie te zijn, maar was precies het tegenovergestelde. Dit uitte zich in hoe de tentoonstellingsruimte eruitzag, het logo, het steevast gebruik van het koninklijke meervoud in al mijn teksten, enzovoort. De naam GALLERY GALLERY was voor mij een soort dubbele ontkenning; door datgene wat al gegeven was te herhalen, ontkrachtte ik het juist.
Conceptuele kunst stond centraal. Ik richtte mij specifiek op performatieve, efemere, tijdsgebonden, vluchtige en ontastbare vormen van kunst – immateriële kunst dus, en zodoende onverkoopbaar. Zo wilde ik een tegenwicht bieden aan louter decoratieve kunst, waar ik nog steeds een afkeer van heb. Gedurende meerdere jaren heb ik er prachtige projecten bedacht en uitgevoerd, waar ik vandaag de dag nog steeds enorm trots op ben.
6. Kort nadien doopte je jezelf om tot videopodcaster en interviewde reeds talloze beroemde kunstenaars binnen de rubriek KUNST, KUNST EN NOG EENS KUNST. Waarom maakte je deze switch?
Eén van de grondbeginselen van GALLERY GALLERY was ironie. Vanop de zijlijn keek ik toe op de kunstwereld en gaf er commentaar op. Dat was niet duurzaam, en na enkele jaren was ik daar klaar mee. Ik wilde niet langer de problemen becommentariëren, maar een deel van de oplossing worden. Ik was er klaar voor om komaf te maken met de ironie.
Belangrijk waren ook twee projecten die ik in GALLERY GALLERY had georganiseerd, professioneel werden opgenomen en nadien online een tweede leven kregen. Het daagde tot mij dat zo het project tien jaar eerder ook begonnen was: online. Maar bijna per ongeluk voerde ik mijn onderzoek naar de immaterialiteit van kunst al enkele jaren fysiek – wat natuurlijk paradoxaal was.
Het voorlaatste project dat ik ooit organiseerde gaf de doorslag: ik werkte samen met in totaal 100 kunstenaars. Bij hen in hun atelier op bezoek gaan, in gesprek gaan en hen leren kennen, vond ik vele malen interessanter dan hun werken later ophalen met een busje.
Eén en één maakt drie: als je met mensen in gesprek gaat en het online deelt, krijg je een podcast. Zo begon ik eraan. Inmiddels zijn we twee jaar verder en heb ik met KUNST, KUNST en nog eens KUNST bijna 50 afleveringen op de teller, goed voor in totaal 150.000 luisteraars.
Voor mij persoonlijk heb ik nu het absolute hoogtepunt bereikt van waar ik vanaf het begin van mijn schoolcarrière naar op zoek was: het uitwisselen van ideeën zonder dat daar een fysieke vorm aan te pas komt. Zo praat ik bijvoorbeeld met kunstschilders over hun werk, zonder dat er een schilderij daadwerkelijk in de ruimte aanwezig is. Puurder conceptueel dan dit wordt het niet!
7. Een groot deel van het hedendaagse kunstenlandschap passeerde
reeds in jouw studio (Rinus van De Velde, Sofie Van de Velde, Arne
Quinze, …). Wie vond je persoonlijk de meest interessante gast?
En vergeet Luc Tuymans, Guillaume Bijl en Luc Deleu niet! Of Fien Troch, Koen De Bouw, Anne-Mie Van Kerckhoven, Koen Vanmechelen of Jeroen Perceval – om nog maar enkele willekeurig andere te noemen. Wie de meest interessante gast was, is natuurlijk een onmogelijke vraag… Het klinkt cliché om te zeggen, maar ik doe het toch: ik ben even trots op élke aflevering die ik gemaakt heb. In elke aflevering zit wel iets dat die aflevering uniek en leerrijk maakt.
8. Even terug naar Maris Stella. Hoe kijk je terug op je schoolcarrière bij
ons? Welke vakken/ervaringen vond je interessant?
Ik heb altijd graag op Maris Stella gezeten en kijk er nog steeds met een warm gevoel op terug. Het eerste waar ik aan denk, zijn niet de vakken, maar de kunstleerkrachten! Ik denk aan mevrouw Michielsen, meneer Peeters, mevrouw Aerts, mevrouw van Waterschoot, meneer van Mieghem, mevrouw Keersmaekers, mevrouw Brees … En ik vergeet er vast nog wel een paar! Stuk voor stuk mensen met een passie voor kunst én het lesgeven. Uiteindelijk zijn het zij die een enorme impact op mijn leven hebben gehad. Met sommige van hen heb ik nu nog steeds contact; hoe bijzonder is dat? Maar ook naast de kunstvakken zijn er leerkrachten die mij bijgebleven zijn.
Daarnaast ben ik de school dankbaar voor de vele kwalitatieve artistieke uitstappen die we deden – ik denk aan Canterbury, Londen, Parijs, Italië … Zeker die laatste: terwijl mijn vrienden uit andere scholen enkel Rome bezochten, trokken wij bijna twee weken door heel Italië. Een enorm leerrijke reis.
9. Heb je het gevoel dat Maris Stella je goed heeft voorbereid op je hogere
studies?
Ja, dat denk ik wel… Geen klachten daar!
10. Welke boodschap zou je willen geven aan onze huidige zesdejaars die
aan de vooravond staan van hun leven na Maris Stella?
Het is natuurlijk moeilijk, om niet te zeggen onmogelijk, om één boodschap te geven aan een groep mensen die ieder zo verschillend is. Tegen de één zou je willen zeggen: minder twijfelen, meer doen; tegen de ander juist het omgekeerde. Maar er is één advies dat voor iedereen opgaat: nooit opgeven. Als je iets écht graag wilt, blijf proberen, blijven geloven, blijven handelen. En op een gegeven moment zal die droom werkelijkheid worden.