Beeldende en architecturale kunsten

 Profiel van de leerling

Als je deze stap zet, besef je dat je naast een stevige algemene basisvorming een uitgebreid pakket artistieke vakken te verwerken krijgt. De ontwikkeling van je totale persoonlijkheid door de combinatie van de algemene vakken met het kunstzinnige, staat voorop. Daarom vind je alle vakken belangrijk.

Een goede organisatie, inzet en studiemethode zijn een absolute must! Je evolueert naar meer zelfstandigheid, je leert je meer persoonlijk te uiten, je leert kritisch omgaan met jezelf.

De theorievakken kunstgeschiedenis en kunstinitiatie vormen de schakel naar de artistieke vakken.

In de praktijkateliers werk je per trimester rond een gemeenschappelijk thema. Doorheen het creatieve proces leer je omgaan met de taal en de basistechnieken van de beeldende kunsten, architectuur en design. Tijdens de projectweken werk je zelfstandig aan een opdracht waarin de verschillende vakdomeinen aan bod komen. Je wordt op dat moment zowel voor het proces (de weg die je hebt afgelegd) als voor het product (het werk dat je gemaakt hebt) geëvalueerd.

Kijken naar en denken over kunst en architectuur: je leert het op school, tijdens museumbezoeken,  door contact met mensen uit de praktijk, maar ook in je vrije tijd…

Na het vierde jaar weet je heel goed wat jouw talenten zijn. Je kiest voor de Vrije beeldende kunst of je gaat voluit voor de Architecturale en binnenhuiskunst. Bij deze laatste optie is de component wiskunde belangrijker.

Instromen vanuit andere, niet-specifieke kunstafdelingen kan, maar moet individueel besproken worden.

 

Inhoud van de specifieke vakken


De waarneming, in de ruimste betekenis van het woord, is het steunvak van alle kunstvakken. In de lessen waarnemingstekenen leer je via een gerichte benadering de basis te leggen voor je eigen beeldtaal en verwerf je een constructief en ruimtelijk inzicht. Je leert je tekenvaardigheid ontwikkelen en je werkt met grafiet, houtskool, inkten, aquarel, e.a.

Het vak beeldende vorming bestaat uit twee delen: “kleur en vorm” en “vorm en ruimte”.
In “kleur en vorm” leer je, tweedimensionaal, via een eigen scheppingsproces vorm geven aan ideeën en gevoelens. Kleurgevoel en vormbetekenis worden ontwikkeld. Je leert compositietechnieken, grafisch en picturaal vormgeven met o.a. pennen, pastel, gouache, acryl en druktechnieken.

In “vorm en ruimte” leer je driedimensionaal met het begrip “vorm” in de ruimste betekenis werken. Met de verworvenheden vanuit de andere vakken, zal je hier vooral met vorm en ruimtelijk inzicht omgaan.  Beeldhouwers worden je inspiratoren. Je werkt o.a. met klei, triplex, gips en gerecycleerd materiaal. Je gaat hiermee assemblages maken.   

In het vak architecturale vorming leer je vorm te geven aan inhoud. Aanvankelijk creëer je abstracte ruimtelijke objecten. Gaandeweg leer je realistische ruimtelijke objecten te ontwerpen en deze ook uit te voeren in het daarvoor geschikte materiaal. Je leert de basisprincipes van het exacte tekenen om je eigen ontwerp op plan te zetten. Je leert werken met meet- en tekeninstrumenten. Dit alles vraagt voldoende zin voor nauwkeurigheid.

In het vak wetenschappelijk tekenen leer je eenvoudige geometrische vormen en meetkundige basisconstructies uit te tekenen. Je maakt projectietekeningen en je verwerft ruimtelijk inzicht.

In de lessen kunstgeschiedenis bestuderen we de bouwkunst, beeldhouwkunst en schilderkunst van de prehistorie tot de 18de eeuw. Je verwerft inzicht in de belangrijkste kunststromingen en hun maatschappelijke context. De analyse van kunstwerken gebeurt steeds vanuit het beeld zelf.

In het vak kunstinitiatie leer je hoofdzakelijk hoe je een kunstwerk vormelijk moet bekijken, ontleden en bespreken. Je leert over materiaal, techniek, compositie, kleur, licht, ruimte volume ... Deze kennismaking met de complexe taal van de kunst ondersteunt je praktijkwerk, de lessen kunstgeschiedenis en museabezoeken. Ook wordt er in dit vak ingespeeld op de thema’s van de kunstvakken.